| Tel.: | +31 (0)570 609500 |
| Fax: | +31 (0)570 609700 |
| E-mail: | info@remarkable.nl |
Geplaatst op 12-06-2011 door Wim Groot Koerkamp
11 april 2011 werden de Gouden Greep Prijzen uitgedeeld aan de beste journalistieke producties in de land- en tuinbouwjournalistiek. Een jaarlijks feestje, veelal in een sfeervolle omgeving georganiseerd, met een hoog 'ons-kent-ons' gehalte. Vooropgesteld is het lovenswaardig dat agrarische journalisten hun werk aan een kritische blik onderwerpen. Met het instellen van de Gouden Greep wordt kwaliteit gestimuleerd. Anderzijds ontlokt de aanwezigheid van de crème de la crème van de Nederlandse agri-journalistiek de vraag hoe het toch mogelijk is dat ondanks alle beschikbare expertise de communicatie tussen boeren en burgers zo moeizaam verloopt.
Kunnen journalisten volstaan met de reactie dat zij louter als observant verslag doen van hetgeen zich binnen de grenzen van de sector afspeelt? Mogen we überhaupt meer van ze verwachten? Hebben ze een taak in het maatschappelijke debat? Klaarblijkelijk niet. Het risico is echter dat de agri-journalistiek een achterhoedegevecht voert, waarbij de echte uitdagingen waar de sector voor staat op een ander podium worden uitgespeeld.
De ontwikkelingen in de media voltrekken zich in een duizelingwekkend tempo. Ogenschijnlijk onverslijtbare communicatiekanalen als vakbladen, kranten, radio en televisie hebben stevige concurrentie gekregen van online media, waarbij de laatste jaren met name 'social media' een sterke opmars maken. Deze ontwikkeling gaat hand in hand met de groeiende populariteit van smartphones. Gemiddeld besteedt een Nederlander dagelijks 5 uur en 45 minuten aan media. 45 procent van deze tijd wordt besteedt aan televisie, 33 procent aan radio en 23 procent aan internet. Binnen dit 'mediageweld' heeft de agrarische sector moeite het tempo bij te benen. Slechts 1 op de 10 boeren maakt gebruik van 'social media'; amper 14 procent beschikt over een smartphone. Toch is ook in de agrarische sector de trend onomkeerbaar: informatie is altijd en overal beschikbaar.
De overvloed aan informatie via al deze kanalen resulteert in een selectieve consument, die geneigd is onderwerpen te versimpelen. Ben ik voor of tegen? Vind ik dit leuk of niet leuk? Beeldvorming is allesbepalend en gebaseerd op 'one-issue' partijen en 'one-liners'. Dit verklaart voor een deel de populariteit van de PVV en de Partij voor de Dieren. Daarnaast zien we dat de houdbaarheid van de informatie zeer beperkt is. Wat vandaag 'hot' is, is morgen 'not'. Tijd en ruimte voor verdieping en nuancering ontbreekt veelal, waardoor de agrarische sector niet zelden achter de maatschappelijke discussies aanhobbelt. Geënt op een wetenschappelijke, vaktechnische achtergrond is de agrarische journalistiek niet bij machte snel en adequaat op 'slecht weer nieuws' te reageren, laat staan pro-actief invloed uit te oefenen op maatschappelijke discussies. De sector reageert op situaties die ontstaan, voert gedegen vervolgonderzoek uit en schrijft dikke rapporten. Als de resultaten eindelijk openbaar worden, staan - hoe sneu - andere nieuwsitems op de agenda en verdwijnen de aanbevelingen in de la. Dit ritueel herhaalt zich keer op keer.
Hoe draaien we dit mechanisme om? Simpel: door het spel te spelen zoals dat anno 2011 wordt gespeeld. Het heeft geen zin de opkomst van nieuwe media te bekritiseren; beter is je af te vragen hoe je nieuwe media kunt inzetten om de sector in een realistisch daglicht te zetten. Kijkend naar de populariteit van talkshows: welke aansprekende opinionleaders kent de sector nu werkelijk buiten staatssecretaris Henk Bleker? Wie kan op een pakkende, simpele en met humor omklede wijze duidelijk maken hoe zorgzaam de agrarische sector dagelijks in de weer is met de productie van gezond en lekker voedsel?
Het voert te ver deze verantwoordelijkheid volledig op het bordje te leggen van de journalist. Ook boeren en tuinders blinken nu niet bepaald uit in doortastend communiceren. Waarom zouden ze moeten communiceren? Dat doen Campina, Aviko, Suiker Unie en Flora Holland toch wel voor hen? Passerende burgers worden met terughoudendheid bekeken. Dezelfde burger heeft tegelijkertijd geen notie waar boeren mee bezig zijn, welke gewassen ze telen en wat er achter die grote stalmuren en -deuren plaatsvindt. Onbekend maakt onbemind. Als de sector zelf niet communiceert, dan vullen burgers dat zelf wel in. Met alle gevolgen van dien.
Alles draait om communicatie. De Gouden Greep is een prima initiatief, maar het zou pas echt een goede greep zijn als we als sector de oogkleppen afschudden, niet langer met de rug naar de maatschappij gaan staan, maar de dialoog aangaan. Dus niet over burgers praten, maar mét burgers. Prijzen toekennen aan agrarische artikelen is prima - de noodzaak van goede vakinformatie staat hier niet ter discussie -, maar beloon bovenal die artikelen in (nieuwe) media buiten de eigen kring, die het handelen van boeren en tuinders pro-actief, puur en realistisch neerzetten. Combineer de Gouden Greep met een landelijk imago-event. Bundel krachten, gebruik de faciliteiten van 'Nederland bloeit', richt zonodig een politieke partij op, 'Brood en Spelen', die in polariserend Nederland profiteert van maximale media-aandacht voor items als 'Een wereld te voeden', 'Liever een gevulde maag, dan een doornhaag'...
Goed zijn is niet goed genoeg; vertel het.. aan iedereen die het horen wil.